Teksten uit het boek DE WEG NAAR KERN

Achterflap:

Dit is het derde boek dat facetten van mijn schilderkunst behandelt.

Voordien waren er reeds de boeken: Pained Inks (expressive and colour intensive water colours) en Experimental water colours, oil paintings and first acrylics. Er zijn ook 2 boeken met louter grafiek.

De weg naar KERNkunst geeft je toegang tot een wereld waar al het overbodige weggelaten wordt. Een sobere maar wel gerichte en en door mij intens beoefende kunstrichting. Het boek bevat werken die op papier, doek of digitaal gemaakt zijn.

In de beginperiode heette ik deze stijl en visie essentialisme en heel even schijnabstract. Pas later in 2011 ging ik het KERNkunst gaan noemen. Iemand noemde het ooit de kunst van het weglaten. Nu spreek ik simpelweg van KERN of CORE.

Marc De Fleyt (Pef/Page 84/Pagetifo

Inleiding

Essentialistische schilderkunst een begin of een einde?

Kern(kunst) is een taal, een middel. Via de Kern werd een facet van mezelf heel herkenbaar dat voordien niet zo erg in mijn kunst aan bod kwam. Duidelijk, eenvoudig en ingewikkeld, grappig, sober maar ook kleurrijk. Praktisch, minimalistisch maar productief, rechtuit, voor de hand liggend en diepzinnig, scherp en doelbewust maar vooral ontledend. Zowel de oervorm als de gevorderde vorm zijn louter stappen, want verder uitdiepen van het gegeven kernkunst is mogelijk. Een recent werk opent ook de deuren tot een experimentelere kijk op Kern. Het doel en werkmethode van deze analytische kunst veranderde weinig sinds de jaren negentig.

Ik werkte in een zeefdrukkerij toen ik het systeem en de taal “ontdekte” en ontwikkelde. Voor mij is nog altijd even leuk. Deze richting zit voor mij steeds vol uitdagingen. Deze manifesteren zich op het vlak van nieuwe onderwerpskeuzes en het treffen en zoeken van andere invalshoeken. Kernkunst is dus beslist in 2016 nog niet dood en zeker geen eindpunt.

Voorwoord

Beïnvloedingen en basisprincipes

Ergens werd ik beïnvloed door een tentoonstelling over de Brusselse avant-garde van begin 20ste eeuw. Ook wat Mondriaan zal allicht ingeslopen zijn. Ik had een interesse voor minimalisme maar minder om deze te bedrijven. Zij het dan wel in enige mate binnen de muziekcompositie. Op een manier kun je kernkunst ook zien als een hyper-minimalistische vorm van karikaturen maken. Wat Miro misschien? Het kan. Maar praktisch ook had het voor mij geen zin iets te schilderen dat te fotograferen valt. Met andere woorden; ik wou dus iets schilderen wat niet te fotograferen viel, of omslachtig te fotograferen is. Hiertoe had ik voordien tekeningen en cartoons ter beschikking. Nu deed een discipline zijn intrede waarbij ik ook lustig met kleuren kon werken zonder de drukte van bijvoorbeeld Pained Inks te hanteren. Zoekend naar een ideaal expressief middel was een persoonlijk proces dat betreffende de grafiek sinds 1985 aan de gang was.

Via de fotowerken experimenteerde ik met bladindeling en vlakke compositie. De strakke composities die ik wist te introduceren in de straatfotografie leidden deels tot de strakke composities in de Essentialistische kunst. Zo leek het exterieur van de straat mijn interieur te worden. Zo wierp de leer van het uitvergroten, het afsnijden van het beeld tot enkel overblijft wat voor het beeld nodig is reeds vruchten af. De fotograaf probeert trouwens dit gegeven tijdens de opname dermate te beheersen. Het orde-in-de-chaos-principe, misschien wel het basisprincipe van de kunst in het algemeen werd van kracht. In het analoge fototijdperk kon je minder schieten en schieten. Filmmateriaal en producten waren duur. Er kwam dus meer voorbereiding en pre-visualisatie aan te pas voor men kon beginnen en men probeerde al gauw in zo weinig mogelijk beeld zo veel mogelijk te rapporteren. Dat is nu anders, nu kan men leren al doende en het onbruikbare digitaal weggooien.

Omdat ik veel meer kon bedenken dan maken, had ik stapels mini-boekjes met notities. Notities voor tal van disciplines en op te splitsen in deze voor beelden en deze voor woorden. Aantekeningen voor cartoons lagen er zo ergens tussenin.

Ik zocht een manier om vlug notities te kunnen verwerken. Deels zorgde deze betrachting voor de verdere ontwikkeling van de lijntekening, een combinatie van mode-tekeningen en vlugge nota’s. Als je voor een beeld geen tijd hebt voor details, welke alleen verwarrend zijn, dan noteer je het noodzakelijkste. Omdat je geest ondertussen reeds vijf andere voorontwerpen opwekt raak je op den duur hopeloos in de knoei.

Op een zeker moment realiseer je je dat het noodzakelijkste voor een voorontwerp ook het allernoodzakelijkste is voor het werk zelf. De rest is ballast. Het werk-intensieve detailwerk houd je tevens weg van de essentie. Die essentie waar het uiteindelijk om draait, diens impact, is reden genoeg waarom dat het beeld gemaakt wordt. Dus onduidelijk vissen van de toeschouwer naar het hoe en waarom van een werk van de intelligente moeilijke kunstenaar met al dan niet een verborgen ziel leek mij al lang geen optie. Het werkte voor mij niet in fotografie en zou ook niet werken in beeldende kunst. Ik vond het tijdverlies, een gebrek aan efficiëntie en heimelijk schijngedrag. Ik moest dus komen tot een pure taal, zonder poespas het overbodige weglaten maar de specificaties en scherpheid overhouden. .

Ik moest foute interpretatiemogelijkheden elimineren. Want ik was me vrij vlug er van bewust van de risico's dat deze vernieuwde houding inhield. Ik moest kenmerkend zijn zonder te generaliseren, symboliseren, stigmatiseren, zonder het onveranderbare, of het onnuanceerbare te aanbidden. Tegelijkertijd ook duidelijk en trefzeker zijn en dit alles duidelijk met goede bedoelingen. Ik moest de kracht onderkennen, duidelijk mijn onderwerp aan te stippen en duidelijk kunnen maken waarom en waarover het werk ging met een minimaal aantal elementen. Dit was de uitdaging. Geen lichtinval of figuratieve elementen konden iets valselijk goed maken. Deze zijn er niet in Kern.

Schoonheid moest een blijvende factor zijn. Enige fleur aan dit alles was de nauwgezette keuze van het kleurgebruik, formaat en grootte van de werken. De soort verf veranderde weinig aan het gegeven. Bijgevolg koos ik voor eerlijke, pure kleuren eerder dan gecompliceerde kleuren. Omdat ik blijvend last had van ideeënstromen zocht ik een medium om vlug, scherp en gericht werk te maken. Ecoline hielp daarbij. Het ging vlug. Ik kon kiezen tussen egale tot vrij egale velden.

Velden is een term uit de heraldiek. De heraldiek kan een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de Kern. Er zijn gelijkenissen, weinig elementen, beperkte duidelijke kleuren, lijnen, eenvoudige vlakken...

De ultieme voorzet

 

Enkele belangrijke punten passeerden ondertussen reeds de revue. Laten we terug gaan naar het ontstaan van, zeg maar, de kerngedachte. Van het begrip "kern" was toen nog helemaal geen sprake. Ik hield het eerst op essentialisme en flirtte nadien wat met de term schijn-abstract. Deze term vond ik al vlug te vaag. Essentialisme; het tonen of accentueren van het essentiële binnen het verhaal van het grafische beeld leek me geschikter. De ziel als het ware en het skelet aanstippen. Ik was alert en lag op de loer voor het vinden van mijn kunsttaal bij alles wat ik deed. Ik zag mezelf als een ontleder maar vond daarvan weinig terug in mijn kunst dusver...

Ik zat middenin de periode van Pained Inks (expressieve kleur-intensieve werken op papier), Designed Ugliness Cartoons, en grafisch gepresenteerde poëzie. Ik werkte als stalendrukker in een textieldrukkerij. Zeefdruk aan de carrousel die ik bediende gaat als volgt; de zeven zijn vastgemaakt aan een wiel, net zoals de wieken van een molen. Elke zeef bevat één kleur en drukt een deeltje van het beeld. Je draait de zeef boven het drukvlak duwt de zeef naar beneden en met een rakel rol je de inkt doorheen gaatjes in de zeef op de gewenste plaats. Als het niet om vierkleurendruk gaat (Geel, Cyaan, Magenta, “zwart”), dan bevat elke zeef een bepaald kleur bijvoorbeeld olijfgroen of tabaksbruin, warm rood enzovoort. Soms is één deelbeeld bijvoorbeeld enkel het rode uit een beeld voldoende om te weten waarover het drukwerk gaat. Als je enkel het blauw drukt van de Amerikaanse vlag weet iedereen wat je gaat drukken. Sterker nog het drukken van het blauwe veld rond twee of drie sterren of vier sterren is voldoende om de kijker te doen denken aan de Amerikaanse vlag. Dit gegeven opende deuren. Een roze lip van een vrouw (lippenrood) een rode lip voor een man... Ik kon de kijker sturen maar toch voldoende ruimte laten voor interpretatie. Dit zonder de kern van de zaak te vervagen. Nog voor ik de mogelijkheden als universeel expressiemiddel begreep, vond ik het grappig dat men aan de hand van een klein onderdeel van een tekening weet waarover het gaat.

Een bijkomend facet deed op de volgende manier zijn intrede. Ik zocht naar een bepaald deelbeeld in de drukkerij. Om zeven te sparen stonden verschillende tekeningen op een zeef en soms was niet correct bijgehouden waar precies bijvoorbeeld het “gele haar” van Jantje zat. Bij het zoeken viel het me op dat het voldoende was om een letter in een bepaald kleur bijvoorbeeld op een bepaalde plaats in het drukvlak te zien om de ganse tekening in de geest op te wekken. Ik deed toen echter met dat gegeven nog niets...

In de jaren zeventig was er een tv-programma Micro-macro. Daarin toonde men stukjes van een onderwerp dichtbij en zoomde dan stilaan uit tot het volledige onderwerp in beeld kwam. Ook spelletjes waarbij je gaat tekenen en men moet raden wat. Deze stuurden in de richting van de opbouw van het kernkunstwerk.

Duidelijkere stappen voor de verdere ontwikkeling van het medium en de werktaal

Toch zijn er nog andere, oudere werken die essentialistisch zijn, alleen ik kan ze niet in de tijd plaatsen. Ik weet niet meer wanneer ik die precies maakte en ik vermoed dat ze voor 1991-’92 gemaakt zijn. Dat is bijvoorbeeld het Rendez-vous...

Tijdens één van de cursussen tekenen maakten we kennis met het gebruik van ecoline op papier. Hierbij kan je vrij vlug grote vlakken schilderen. Gezien het hoge tempo van mijn grafische en literaire productie was dit een opsteker.. Ik kon dit meteen toepassen in de essentialistische schilderijen. Eerst probeerde ik zo egaal mogelijke vlakken te schilderen. Het perfecte veld oogde minimalistisch, abstract, maar tot op een bepaald niveau gevoelloos of saai of mechanisch. Ik besloot toen meer leven in de vlakken te steken door ze minder perfect te schilderen. Het bood me ook een verrassingseffect. Verhaal en menselijkheid werden in de tekening gebracht door vlekkerig te schilderen, door een onregelmatige dosering van verf of de borstel te hanteren.

Op een zeker moment introduceer ik het element “wieletje”. Het weerspiegelt de verhouding tussen gevoel en rede in de hersenen. Het rood staat voor gevoel en zwart voor rede. In sommige werken is dit te zien. Andere vaker gebruikte uitdrukkingsvormen zijn de cirkel, gebruikt om het invloedveld van een individu in beeld te brengen (zie bijvoorbeeld Man met Hond p.12 of Animal Territory p. 21). Het was niet de bedoeling dat de werken verzandden in monogrammenwerk. Een gevoelsgerichte kleurselectie en het houden aan een strakke maar frisse tot creatieve compositie loste deels dit euvel op. De werken dienden blijvend persoonlijkheid uitstralen. Iets wat ik wist te behouden door trouw te blijven aan een zeer specifieke onderwerpskeuze en een introductie van verhaal in het beeld. Beelden vinden die een globaal beeld vertolkten, universele beelden overal ter wereld toepasbaar opwekken was een uitdaging. Niet altijd eenvoudig want de kleurenpsychologie ligt binnen verschillende landen soms heel anders. Vaak is deze bepaald door de geschiedenis, religie, lokale gebeurtenissen. Ik probeerde dus in zoverre mogelijke via mijn kleurkeuze niet in politieke standpunten verzeild te raken, of juister niet politiek verkeerd begrepen te worden. De kleurkeuze is allesbehalve politiek, het gaat om gevoel en sterkte, en verwarrende kleurkeuzes probeerde ik zoveel mogelijk te vermijden.

De gebruikte kleuren tonen meestal de werkelijke kleuren. Rekenkunde werd minder geïntroduceerd dan aanvankelijk gepland. Ik zou een bloem kunnen tekenen met 1 bloemblaadje wit en vier andere rood om te vertellen dat 1 bloem op 5 in de tuin wit is. Of om te vertellen dat een vijfde van de bloemen binnen de variëteit wit is, de ander rood... Selectieve kennis werd wel gehanteerd. Een rode cirkel kan veel betekenen met een eenvoudig blaadje erboven zullen de meeste mensen aan een appel denken. Teken ik een rode rechthoek met afgeronde hoeken, dan zullen enkele mensen reeds aan een tomaat denken, zet ik bovenaan in het midden een klein groen rechthoekje dan is de suggestie van een tomaat op zeggen na compleet. Dit alles is een beetje de blauwdruk voor het systeem en de kerntaal.

Bogen, Cirkels, Lijnen, Rechthoeken en compositieleer

Aanvankelijk droeg de reeks dus de naam Bogen, Cirkels, Lijnen Rechthoeken (Arcs, Circles, Lines, Rectangles) omdat ze paste in het kader van een compografische poëziebundel die ik aan het maken was. Wat Nederlandstalige dichtbundels betreft, trachtte ik met elke bundel een andere weg in te slaan. Voor de bewuste bundel plakte ik de lijnen van de gedichten in de vorm van figuren. Soms vergeleken met Paul van Ostayen alhoewel er nog anderen waren die werkten zoals hij in die tijd. Maar mijn creatief plakwerk was louter illustratief, en nergens expressief.

Later wijzigde ik de naam naar Essentialisme. Voor mij had de nieuwe richting iets van futurisme, iets van snelheid, iets van ongeremde vooruitgang, vlotheid, directheid, doeltreffendheid en klaarheid. Zo belandde ik in een schijn-abstracte wereld. Ook de cirkels en bogen waren oorspronkelijk de oervormen waarmee ik werkte tijdens de creatieve beeldopbouw van straatfoto’s. Maar met het ontdekken van en met het zoeken naar vormen in straatbeelden, kwam de leer van het analyseren opzetten. Met dat analyseren en het verplicht orde creëren in de chaos tijdens het fotograferen, het zuinig omspringen met elementen evolueerde dat pseudo abstract gedoe ging ik richting Kernkunst. Nu was het niet langer de sterkte van vormen of het specifiek gevoel dat een bepaald onderwerp oproept dat centraal stond. Niet langer koos ik een bepaalde appel omdat ik die leuker vond dan de andere, nee voortaan ging het om de appel. Vaak werd tijdens de voorbereiding tot maken van het werk de vraag gesteld, wat maakt de appel een appel, wat onderscheid een appel van bijvoorbeeld een peer? Wanneer spreken we van een appel en geen peer en zo verder. Hetzelfde gold voor situaties en kernportretten. De essentie primeerde dus, de reden waarom, de inhoud van het onderwerp, waar begin het onderwerp waar stopt het. In 2010 doopte ik het om tot Kernkunst of Core Art, hoofdzakelijk omdat ik Essentialistisch een te moeilijk te hanteren woord vond en ergens ook niet duidelijk en direct genoeg. Het was een woord met heel wat lettergrepen terwijl kern gewoon direct was net zoals het werk en de stroming zelf. Nu noem ik het gewoon Kern of Core.

Terug naar de essentie, de analyse en de onvermijdelijke definitie

Zoals in de literatuur, als je zegt Jantje komt de kamer binnen (essentieel voor het verhaal); denkt iedereen aan een kamer. Elke lezer denkt aan een andere kamer. Als we schrijven Jantje komt een groene kamer binnen, dan is de vrijheid van interpretatie beknot. En is het essentieel voor het verhaal? Of de dame met lipstick groot of klein is? Slank of breed? Oud of jong, zwart of geel... Is het van belang? Ja of nee? Niet als ik een werk wil maken over het heugelijke feit van het bestaan van lipstick op de lippen van dames.

Mijn kernkunst strekt zich van de eenvoudige definiëring van simpele dingen vergelijkbaar met een “stillevensituatie” tot het vereenvoudigd voorstellen van ingewikkelde zaken of acties vergelijkbaar met ploegsport. Het creëren van een kernkunstwerk is eerder een dromerig iets, iets spiritueel, iets meditatief, het is als een bloem die opengaat. Het is zelden iets impulsief. In het andere boek zijn wel enkele slordige kernwerken opgenomen. Deze zijn minder strak vaak met plakaatverf gemaakt.. Kernkunst is een taal een systeem en na een paar jaren voel ik soms welke situatie of welk onderwerp zich leent tot een vertaling naar de kernwereld toe. Maar soms ook daag ik mezelf uit; hoe zou dit gegeven er uitzien door een kernbril?

Ik herinner met de eerste typische kernkunstwerken. Zoals Kalende man. Hier probeerde ik het gegeven kalende man te definiëren zo breed en zo duidelijk mogelijk. Ik had de basiscompositie reeds klaar. De aanleiding was een kalende man die in de herfst onder een lantaarn liep. Ik realiseerde me toen echter nog niet dat de wijze van presentatie van dit gegeven, heel wat werken erna zou bepalen. langer de mens maar Vorkje. Vorkje werd een wezen waarbij alles rond voedsel draait. Het was een knipoog naar de toekomstige aardbewoner die zich moet weten te redden op een planeet met een tekort aan voedsel (?).

Als ik de massa’s aantekeningen van de laatste jaren verzamel dan ontdek ik nog vele uitdagende schetsen hoofdzakelijk voor werk op papier. Ze bouwen verder in de trant van de bestaande werken dus ik zal wellicht nog een tijdje doorgaan op deze manier vooraleer mijn Kernkunst een andere weg ingaat.

Nawoord

 

De aanleiding (verder uitgediept)

Ik zal proberen de aanleiding tot de kernvisie uit de doeken te doen. Het is niet zo zeer een toevallige ontdekking. Ik lag constant op de loer. Twee jaar lang was ik hardnekkig op zoek naar een methode, waarin ik anders zou zijn dan andere artiesten en tegelijkertijd typisch mezelf zou zijn. Hiertoe moest ik in de eerste plaats onderzoeken en gaan ontleden wie ik ben, wie ik niet ben, hoe ik functioneer. Verder vroeg ik me af wat ik eigenlijk precies wou doen, wat ik wil bewijzen. Ik had weinig baat met een stijl die ik niet jarenlang kon uitdiepen. Ik had geen baat bij figuratief werk, ik kon fotograferen. Wat fotoportretten betreft vond ik het lastig een persoon te contacteren voor een portret. Kernkunst bood een oplossing hiervoor. Een portret bleek naderhand de aanleiding tot het begrip Essentialisme. Ook de methode van zeefdrukken zoals eerder vermeld, was doorslaggevend..

Een zeef voor een zeefdruk is als een negatief. Er ligt een laag op een zeef welke open is daar waar er een tekening door gedrukt wordt. Elke zeef staat voor een kleur in de tekening. Heb je een tekening in drie kleuren dan heb je in principe drie zeven. Deze kleuren worden in een bepaalde volgorde gedrukt. Vaak als je de volgorde wijzigt krijg je een ander eindresultaat. In de bewuste zeefdruk drukte ik het roze eerst en dan erboven het zwart. Toen plots had ik het volgende door. Je hebt niet gans de tekening nodig om te weten wat er op staat. Door de plaatsing van de lippen op het blad, was het vermoeden hoog dat het hier om een portret ging. Voorts doordat ik roze lippen moest drukken ging het al vermoedelijk om het portret van een vrouw. In feite was die informatie reeds voldoende. Met andere woorden; enkel de lippen drukken op een gebruikelijk plek in bladspiegel en het is klaar dat het om een vrouwenportret gaat. Dit voegde een andere aspect toe. De vrijheid van interpretatie was groot, de essentie bleef telkens overeind. Iedereen kon zijn eigen vrouw verzinnen, het basisgegeven bleef. Het is een vrouw en er is lippenstift op de lippen. Een grappig bijverschijnsel is dit, om dat het gelipstifte lippen gaat men gauw vermoeden dat het om een vrouw gaat. Een stereotiep denken, gebaseerd op waar de grootste kans toe is. Het blindelings vermoeden uitgebuit. Een man met lippenstift verwijst "allicht" naar carnaval...

Het is lang geleden en ik weet in sommige gevallen niet meer wat eerst kwam. De kip of het ei. Daarom kijk ik soms naar mijn eigen werk en moet het analiseren als een buitenstaander. Het biedt ook voordelen. Zo heb ik terug een frisse blik. Ik kan ervaren hoe het voor een buitenstaander voelt om voor het

eerst mijn werk te zien.

Veel dingen gebeurden door elkaar. Van de eerste schilderijen op doek ben ik zelfs niet zeker welke jaar ze precies geschilderd zijn. Ik herinner me werken te maken in het huis van mijn ouders. Alhoewel deze dan vrij jong zouden gemaakt zijn en de kernvisie ouder zou zijn dan aanvankelijk gedacht. Het kan ook dat ik een tijdje de kamer in het ouderlijk huis als schilderstekje gebruikte. Ik weet het niet meer.

De geboorte van de Kern is makkelijker neer te pinnen. Ik werkte toen in de textieldrukkerij en dat moet dus tussen 1990 en 1993 zijn geweest.

De vraag, de kip of het ei stelt zich bijvoorbeeld in verband met de compografische gedichten. Deze collages met tekst verbeelden het onderwerp op een zo eenvoudig mogelijke manier. Hoe ik ertoe kwam was duidelijk. De doelstelling was elke bundel in een ander stijl en gedachtengoed te vatten. Bundel 1 was realistisch en 3 zou surrealistisch worden. Voor bundel 2 werd het onderwerp uitgewerkt in functie van de verbeeldbaarheid. Ik moest nu zien het gedicht op een eenvoudige grafisch manier voor te stellen. De gedichten gaan dan aldus over vatbare dingen. Hier is enige gelijkenis met kernkunst merkbaar. Verschillende latere kernmotieven zijn hier aanwezig. De bol, de lippen, bijvoorbeeld. Terugkerende symbolen vond je ook bij Brueghel, bij Magritte tevens en enkele andere schilders. Strakke compositie leerde ik uit de fotografie. Landschap, portret, situaties en uiteindelijk stillevens, ze zijn ook nu terug te vinden in de hedendaagse kernkunde.

Eenvoudige duidelijke definiëring was een doel maar ook het eenvoudig voorstellen van allerhande begrippen. Dit alles zonder verlies van een sereen geworden schoonheid, en rust.

Rust die terug te vinden was in de straatfotografie, de orde in de chaos, die de fotografie toen was. Deze vind je ook terug in den compografische gedichten en in de KERN.. In tijden van werk op papier kwam van het ene werk het andere. In een ander stadium begon ik nota's te vertalen naar kernkundige beelden. Dit bij wijze van oefening of als uitdaging. Ik leerde bij en eigenlijk doe ik dezer dagen nog altijd hetzelfde. Het houdt me fris en de nieuwsgierigheid blijft er in. Ik vraag me telkens af hoe ik eruit kom en hoe origineel ik er uit kom. Bij het ganse proces hoop ik opnieuw paden te ontdekken. Nochtans is een richting reeds in de maak. Het is alleen wachten wanneer deze uit te werken.

Ik heb nog heel wat notities voor nieuwe werken welke toch in een bepaald opzicht eerder op de oude leest gebaseerd zijn deze blijken nog eerst aan de beurt te komen.

Het nieuwe werk wenkt. Bij wijze van opwarming maakte ik voortekeningen met potlood. De inspiratie hiervoor haalde ik uit recente notities en aantekeningen van jaren terug. Een mix dus, ik speur naar relevante werken en selecteer. Ze zullen na het afwerken van dit boek ingekleurd worden en zo zorgen voor de kernkunst van het heden en de toekomst. Ik wou vrij vlug werken en het strakke werd niet altijd volgehouden. Er zit dus allicht een percentage slordige kern tussen. Alles hoeft ook niet in hokjes. Het stijlengedoe zorgt voor enige overzichtelijkheid. Het is een uitdaging, een taalkeuze, een mogelijk middel, een oplossing, maar geen dwangbuis. Ik zie alles als een organisch geheel en laat mezelf genieten van enige vrijheid en wil tot experiment.

Zodoende zullen experimentelere werken te bespeuren vallen. De werken onmiddellijk na het afwerken van het boek zijn een aanloop naar het geavanceerde werk dat ik poog in te plannen rond 2017. Ik zal dan 10 jaar lang bezig geweest zijn met mijn werk in deze harde tijden onder te brengen in projecten en in te delen in boekjes. Slechts twee boeken rond de onpretentieuze tekeningen van vooral de Londense en na-Londense periode moeten nog afgewerkt worden voor ik aan de projecten en boeken begin die lopende zijn. Deze projecten omvatten de vele disciplines waarbinnen ik werk, zowel literair, beeldend, fotografisch, humoristisch, rijmend zowel als muzikaal.

Er is ook nog wat werk aan de Vlaams-dialectversie van het toneelstuk the Bees. Tot later dus.

What the future brings, I don't know. By means of warming up I prepared a couple of 50 Core art works. By now they are only pencil-drawed outlines ready for colouring in. They are based on old as well as recent notes. By the finishing of this book I will start completing two books of unpretensious drawings (Drawings all Sorts). When these are finished I will then continue the other tensome projects I was working on earlier. Some of them are literary work others visuals arts, photography, lyrics, music, songs, or cartoons.

I feel free but also captivated by insecurity. Will I exhibit and /or be able to work with other artists and have the chance to air my art? What has the escape to the countryside on offer... Talking Core the works on stack are mostly old shool but some more experimental work sneaked in. Anyhow it is my intention to work out the core ideas in 2017. Then it will be 10 years since I started the spree of putting my work in books and projects. These days that means that including pending jobs I am about to reach project number hunderd. Not that I am proud of it, it just growed that way over the years. Anyhow each new series as each work is and will always be a new start, new chalenge as well.

 

Marc De Fleyt (Pef/Page 84)

2016, Lovendegem.